2011 filmfestival gent : Showbizzkanaal

26/09/2011

Preview 38e Filmfestival Gent 2011

filmfestival_gent_2011.JPGHet 38e Filmfestival Gent (11 tot 22 oktober) maakt in afwachting van de voorstelling van het volledige programma op 28 september nu al een vijftiental nieuwe titels bekend. Films in alle genres, formaten en stijlen; films van grote namen en getalenteerde nieuwkomers; gedurfde fictie en verrassende documentaires; voer voor cinefielen en liefhebbers van de kwaliteitsvolle bioscoopfilm: het Filmfestival Gent biedt u het beste en interessantste wat de cinema uit alle windstreken te bieden heeft.

The Conspirator (Robert Redford; VS)
Een historisch drama meeslepend verteld en waar de toeschouwer ook iets van opsteekt. Het is iets waarin Hollywood in een ver verleden excelleerde. In zijn beste film sinds Quiz Show grijpt Robert Redford terug naar die ouderwetse deugden met een kostuumfilm die als vertrekpunt de moord neemt in 1865, in een theater, door een acteur, op de populaire Amerikaanse president Abraham Lincoln. Redford concenteert zich voorts op het ook in de States weinig bekende verhaal van Mary Surratt (Robin Wright in een van alle glamour verstoken rol), een onschuldige vrouw die meegesleurd wordt in de heksenjacht en de oneerlijke rechtszaak die volgt op de politieke moord.

Corman’s World – Exploits of a Hollywood Rebel (Alex Stapleton; VS)
Fascinerend _ en bijzonder entertainend _ portret van een van de sleutelfiguren van het Nieuwe Hollywood. De peetvader van de exploitation cinema grossierde in spotgoedkoop gemaakte sensatie (monster-, science-fiction-, gangster-, horror-, tienerfilms) maar maakte ook voor een appel en ei een cyclus flamboyant gestileerde Edgar Allen Poe verfilmingen. Maar hij blijft vooral de producer-regisseur die terwijl het oude studiosysteem op instorten stond, een kans gaf aan aanstormend talent van het kaliber van Marty Scorsese, Jack Nicholson, Peter Bogdanovich, Jonathan Demme en Francis Ford Coppola.

Dreileben (Christian Petzold, Dominik Graf, Christoph Hochhäusler; Duitsland)
In drie verschillende films van circa 90 minuten vertellen drie leidinggevende Duitse filmmakers het verhaal van een ontsnapte moordenaar, maar telkens gezien vanuit een wisselend perspectief. De drie films kunnen gerust op eigen benen staan, maar omdat ze elkaar af en toe overlappen en allerlei echo-effecten bevatten geven ze pas als drieluik hun nuances en diepgang prijs. Mis dit uniek verhalend experiment niet, dat ook de voorlopige bekroning is van het werk van de zogeheten Berlijnse school.

Hara-Kiri Death of a Samurai 3D (Takashi Miike; Japan)
Wie dacht dat het enfant terrible van de Japanse cinema het 3D-procédé zou aangrijpen om het bloed in de zaal te laten spatten, komt bedrogen uit: dit is voor Miike’s doen een vrij ingetogen en zeer beheerste samoeraifilm die de humanistische zwart-wit klassieker van Masaki Kobayashi uit 1962 opvallend trouw blijft, maar er kleur en drie dimensies aan toevoegt.

A Letter to Elia (Martin Scorsese & Kent Jones; VS)
In 1952 was de Amerikaanse toneel-en filmregisseur Elia Kazan (On the Waterfront, East of Eden, A Streetcar Named Desire) een van de ‘friendly witnesses’ die namen van collega’s noemde voor de commissie (HUAC) die een heksenjacht ontketende tegen echte en vermeende communisten in de vermaaksindustrie. Hoewel Scorsese dit kantelmoment in Kazans leven en carrière zeker niet ignoreert, vormt dit niet de kern van zijn intens persoonlijke eerbetoon aan een bewonderd cineast, dat op sommige momenten wel een liefdesbrief lijkt. Maar terwijl hij in het gefolterd leven van Kazan graaft, geeft Scorsese vooral ook zijn eigen obsessies prijs, confronteert hij zijn eigen twijfels en demonen. Deze één uur durende documentaire is één van de sterkste en tegelijk ook meest tedere filmportretten ooit gemaakt.

Martha Marcy May Marlene (Sean Durkin; VS)
Uitstekende debuutfilm waarmee Sean Durkin _ een naam waarvan we nog zullen horen _ terecht scoorde op het Sundance festival dat destijds ook Steven Soderbergh reveleerde. Durkin schetst het portret van een jonge vrouw (Elizabeth Olsen) die uit een sekte ontsnapt en geplaagd wordt door traumatische herinneringen. Waan en werkelijkheid vloeien subtiel in elkaar in dit onderkoeld drama dat ook cinematografisch behoorlijk ambitieus is.

Mildred Pierce (Todd Haynes; VS)
De beste en meest ambitieuze Hollywoodcinema is tegenwoordig op het kleine scherm te zien, een trend waar een zichzelf respecterend festival niet buiten kan. Met deze vijfdelige miniseries van HBO gebaseerd op James M.Cains gelijknamige hardboiled klassieker, levert Todd Haynes een werkstuk af van heuse cinematografische allure en kan hij (met dank ook aan een schitterende Kate Winslet) veel dieper in de vrouwelijke psyche graven dan een bioscoopfilm hem dit zou toelaten. Filmfestival Gent vertoont bovendien ook de eerste verfilming uit 1945 van Cains’ beroemde roman, waarin Joan Crawford met hart en ziel in de huid kroop van de working class moeder uit het Los Angeles van de grote depressie, wier grote drijfkracht haar liefde is voor haar ondankbare dochter.

Les neiges du Kilemandjaro (Robert Guédiguian; Frankrijk) Guédiguian op zijn best: een warme, genereuze kroniek van solidariteit, idealisme, liefde en trouw bij een sociaal bewogen en strijdlustig echtpaar uit een arbeiderswijk in Marseille. De cineast en zijn prachtige acteurs doen je geloven dat sprookjes en dromen werkelijkheid kunnen worden.

Margin Call (JC Chandor; VS)
Wall Street aan de vooravond van de mondiale financiële crisis vormt de dramatische achtergrond van dit witte boorden drama waarin de traders en bankiers die in de eerste plaats voor de chaos verantwoordelijk zijn, zelf het deksel op de neus krijgen. Algauw wordt de beperkte ruimte van de kantoren in een wolkenkrabber getransformeerd tot een oorlogszone waarin een uitmuntende cast (Kevin Spacey, Paul Bettany, Jeremy Irons, Zachary Quinto, Demi Moore, Stanley Tucci, Mary McDonnell) elkaar verbaal naar het leven staan.

Once upon a time in Anatolia (Nuri Bilge Ceylan; Turkije) Volgens artistiek directeur Patrick Duynslaegher de beste film van Cannes 2011: ‘twee uur veertig lang genieten van het fantastisch mooi minimalisme van de Turkse meester Nuri Bilge Ceylan die hier de zoektocht toont van politie, moordenaar, wetsdokter en procureur naar een lijk begraven in de velden van Anatolië.’

Page One: Inside the New York Times (Andrew Rossi; VS) Opzienbarende documentaire die een jaar lang het wel en _ vooral _ het wee toont van de belangrijkste krant ter wereld tijdens de grootste crisis en transformatie van zijn geschiedenis. Andrew Rossi toont, observeert en analyseert hoe dit eerbiedwaardig instituut zijn missie en methodiek noodgedwongen in vraag stelt, herziet maar in sommige gevallen ook herbevestigt, terwijl journalisten, hoofdredacteuren en uitgevers de hete adem in hun nek voelen van de nieuwe media (internet, WikiLeaks, bloggers, twitters, Facebook), een krimpende advertentiemarkt en afhakende lezers. Verplichte kost voor nieuws junkies!

Skoonheid (Oliver Hermanus; Zuid-Afrika)
Wat dit beklemmend portret van een ogenschijnlijk gelukkig getrouwde maar gekwelde homo origineel maakt is dat de spanningen van zijn dubbelleven diep geworteld zitten in de realiteit en mentaliteit van het moderne post-apartheid Zuid-Afrika. Waardoor zijn zelfhaat ook nog eens gelinkt wordt aan het conservatieve en racistische gedachtengoed van dit land. Een van de meest spraakmakende films van het jongste festival van Cannes. Controverse gegarandeerd.

The Turin Horse (Bela Tarr; Hongarije)
Volgens gezaghebbende internationale critici de grootste film van het jongste festival van Berlijn. In tergend lange instellingen vat de Hongaarse visionair Bela Tarr het dagelijks labeur van een boer, zijn dochter en zijn paard tegen de honger, de droogte en de zwaarmoedigheid van het bestaan. Langzamerhand verwerft Tarrs ascetisch epos in betoverend zwart-grijs een hynotiserende metafysische dimensie. Deze van alle franjes bevrijde film van twee en een half uur is een festijn voor cinefielen van de harde lijn. Tarr beweert dat dit zijn finale werkstuk is; laat ons hopen dat hij op zijn beslissing terugkomt.

We need to talk about Kevin (Lynne Ramsay; UK/VS)
Bijzonder sterk en aangrijpend Amerikaans debuut van de Schotse regisseuse Lynne Ramsay over een extreem beproefd gezin waarvan de onhandelbare tienerzoon (Ezra Miller in een echt beangstigende vertolking) uitgroeit tot een high school massamoordenaar. Ramsay’s versplinterde vertelling biedt een verontrustende inkijk in verstoorde psyches en gezinsrelaties. Tilda Swinton zet een onvergetelijke moederrol neer.

Wu Xia (Peter Ho-Sun Chan; Hong Kong)
Ongelofelijk meeslepend, visueel verrukkelijk martial arts epos met een aantal actiescènes die je moet zien om het te geloven en die inzake choreografie, regie en montage zo briljant zijn dat de meeste Hollywoodse actiecinema er bij verbleekt.